Het Lelijke Eendje

De Franse industrieel André Citroën (1878-1935) had een droom om auto’s in massaproductie te maken. Die kwam uit. Er ontstond een wachtlijst van drie jaar!

Bankroet

De autofabriek Automobiles André Citroën SA kreeg in 1919 als eerste in Europa een lopende band, waar de spotgoedkope Citroën Type A vanaf reed. Helaas bracht Andrés gokverslaving hem in financiële moeilijkheden, waardoor hij in 1934 failliet ging.

Schoonmoeder en twee schapen

Bandenfabrikant Michelin nam zijn bedrijf over en liet een enquête uitschrijven waarin ruim tienduizend autobezitters hun meest ideale auto konden beschrijven. Een zekere Emmanuel Couvreux uit Neuilly sur Seine vroeg om een goedkope auto van maximaal 4.000 franc, waarin hij naast zijn tante of schoonmoeder ook twee schapen kon vervoeren. Zijn wens werd de basis voor de TPV (Toute Petite Voiture). Toen brak echter de Tweede Wereldoorlog uit, waardoor deze niet gelanceerd kon worden op de Salon de Paris.

Rare bijnamen

Door een staaltekort na de oorlog werd de nieuwe 2CV, Deuch Cheveaux Vapeur, pas in 1948 uitgebracht. De pers deed lacherig over de sobere grijze auto met het oprolbare dak van canvas met maar één remlicht, een peilstok als benzinemeter en ruitenwissers die alleen werkten tijdens het rijden. De auto kreeg daardoor bijnamen: Het Lelijke Eendje in Nederland, De Geit in België en De Blikken Slak in Engeland.

Enorme wachtlijst

Het publiek daarentegen was zo dolenthousiast dat er een wachtlijst van drie jaar ontstond. In 1953 werd de Eend in Nederland geïntroduceerd en in 1956 ontstond de eerste Eendenclub. In 1990 werd de laatste Eend gemaakt omdat hij, ondanks een productie van ruim acht miljoen exemplaren, niet meer kon voldoen aan de milieu- en veiligheidseisen.

Typerend voor de eend 

De losse achterbank die bij het kampvuur kon worden gezet. Sociaal medewerker Sjakie met zijn groene Eend in de serie ‘Flodder’. De Eend als hét vervoermiddel van hippies en milieubewuste mensen. James Bond die in ‘For your eyes only’ in een gele 2CV reed.

 

Foto:
Nationaal Archief

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *