Bezetting Maagdenhuis

Op 17 mei 1969 bezetten honderden studenten het Maagdenhuis. Ze eisten inspraak op alle niveaus op de universiteit. Achteraf een zeer succesvol protest.

Armoe troef

De geschiedenis van het Maagdenhuis begon in 1570, toen vrome rooms-katholieke vrouwen van het Begijnhof er weeskinderen van immigranten opvingen. In 1962 werd door de protestante regent een zogenaamd dubbelhuis neergezet aan het Spui in Amsterdam. Na de bouw moest het katholieke weeshuis zichzelf maar zien te redden, wat lukte middels donaties, legaten en erfenissen, maar ook doordat weesmeisjes aan het werk werden gezet als naaisters. Het gebouw verouderde en werd tussen 1783 en 1787 herbouwd naar het ontwerp van stadsbouwmeester Abraham van der Hart (1747-1820). Amsterdam was apetrots op dit architectonische pareltje. Voor de weeskinderen echter was het er heel slecht vertoeven. Het Maagdenhuis kwam in 1961 in handen van de UvA, de Universiteit van Amsterdam, die er het bestuurlijk centrum van de universiteit vestigde.

Studentenprotesten

In mei 1968 organiseerden Parijse studenten protestacties om hun ongenoegen te uiten over onder meer het universiteitsbestuur, waarbij hardhandig werd gevochten tussen betogers en politie. Deze protestvonk sloeg over naar ons land en leidde in 1969 tot de Maagdenhuisbezetting. Rector-magnificus Belinfante zag de studenteneisen als ‘een loze kreet’. Inmiddels had de politie het pand hermetisch afgesloten met het idee om de studenten uit te hongeren, waarop ze zich vast wel gedwee zouden overgeven. Dat plannetje mislukte doordat de studenten via een zelfgebouwde luchtburg van proviand werden voorzien. Na vijf dagen was de politie het zat en werd het pand hardhandig ontruimd. Achteraf bleek de actie toch succesvol. In 1970 werd de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) ingevoerd, waardoor studenten meer invloed kregen op de universiteit.

 

Foto:
Nationaal Archief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *