Alfred Jodocus Kwak

Hele generaties groeiden op met de tekenfilmserie ‘Alfred J. Kwak’. De begintune ‘Spetter, pieter, pater’ en de eindtune ‘Ik ben vandaag zo vrolijk’ zit vast bij velen nog in het geheugen gegrift.

Alfred ontstond als eerbetoon

Muzikant en schrijver Herman van Veen bedacht het verhaal over het kleine gele eendje Alfred Jodocus Kwak aanvankelijk voor zijn kinderen. Als eerbetoon aan een eend die hij per ongeluk met zijn auto op een avond in de polder had overreden. Herman gebruikte Alfred vervolgens als hoofdpersoon voor een kindermusical die hij in 1976 schreef. De show werd in 1978 op lp uitgebracht, waarvoor hij in 1979 een Edison Music Award ontving. Daarna schitterde het eigenzinnige eendje in de gelijknamige 52-delige tekenfilmserie die van 1989 tot 1991 werd geproduceerd. De animatie werd in maar liefst 48 landen uitgezonden. Hoewel het een kinderserie was, schroomde Herman niet om maatschappelijke en politieke problemen als doping, racisme, machtsmisbruik en de walvisvangst aan de kaak te stellen. Maar ook liefde, eerlijkheid en vriendschap kwamen aan bod. In tegenstelling tot de meeste tekenfilmhelden werd Alfred in de serie wel ouder.

Goede doelen

Alfred werd kort na zijn geboorte wees en groeide op bij adoptievader Henk de Mol. In zijn klas zat Dolf de Kraai die later de leider werd van de Kraaienpartij. Kinderen zagen Dolf als een vervelende pestkop, terwijl hun ouders ongetwijfeld Hitler in het personage zagen. Alfred was bevriend met Ollie de Ooievaar die halverwege de serie van geslacht veranderde. Later kreeg hij een vriendinnetje Winnie Wana; een zwarte vrouwtjeseend, die uit Zuid-Afrika was gevlucht vanwege de daar heersende apartheid. In 1991 won Herman een prestigieuze Duitse televisieprijs voor de succesvolle animatie. Van de serie verschenen talloze kinderboeken, dvd’s, merchandise en luisterboeken, waarvan een groot deel van de opbrengst nog steeds aan goede doelen wordt geschonken. Op YouTube zijn alle afleveringen over het kleine eendje met zijn rode sjaal te bekijken.

 

Foto:
Wikimedia Commons

 

1 Comment

Geef een reactie