Brikkenbakker een vergeten beroep

Eind negentiende eeuw was het armoe troef en trokken veel Limburgers naar Duitsland om daar in zware omstandigheden ‘brikken’ (stenen) te bakken.

Duitsland zocht brikkenbakkers

De Nederlandse landbouw verkeerde eind negentiende eeuw in een crisis. De gezinnen waren groot en konden nauwelijks het hoofd boven water houden. Tegelijkertijd was de Duitse baksteenindustrie dringend op zoek naar brikkenbakkers (steenbakkers). Tienduizenden Limburgers reisden daarom in april, als het brikkenbakseizoen begon, naar het Duitse Ruhrgebied om daar als seizoensarbeiders aan de slag te gaan.

Zwaar leven

Het brikkenbakkersleven was bijzonder zwaar. In weer en wind werkte men buiten op de kleivelden. Een werkdag begon om half vijf en eindigde, vaak zonder pauze, tien tot achttien uur later. Het hele gezin werkte samen in één ploeg. Aan het einde van het seizoen moest een ploeg maar liefst een miljoen stenen hebben gebakken. Voor duizend bakstenen ontving de ploegbaas zo’n twintig Duitse mark (ongeveer tien euro), wat veel geld was in die tijd.

Van klei tot steen

Men begon met het uitsteken van de zware klei, waarna deze met blote (kinder)voeten tot een smeuïge massa werd gekneed. De ‘steenvormer’, meestal een man, perste de klei in mallen, waarna de ‘natte’ stenen in de buitenlucht moesten drogen. De kinderen draaiden ze regelmatig om. Met zwaarbeladen kruiwagens reden de vrouwen de ‘winddroge’ bakstenen naar de veldovens. Daar werden ca. 50.000 bakstenen in opgestapeld. Het proces van opstapelen in de oven, bakken, afkoelen en weer leeghalen duurde ongeveer drie tot vier weken.

Brikkenbakkers onder de grond

Eind november keerden de gezinnen met een goed gevulde beurs huiswaarts. Tijdens de wintermaanden klusten de mannen  wat bij en gingen de kinderen, die in Nederland leerplichtig waren, naar school. Duitsland sloot in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zijn grenzen en bouwde grote steenovens. Dat betekende het einde van het brikken bakken. Voortaan werkten de brikkenbakkers diep onder de grond in de Limburgse mijnen.

 

Foto:
Nationaal Archief

 

1 Comment

  • Het land van de Boerderijen langs de oude Rijn werd afgekleid ten behoeve steen en dakpannen industrie . ( Leiderdorp / kouderkerk /
    Alphen a.d Rijn ) De zogenoemde steenplaatsers leefden ook van de
    hand in de tand . Het hele gezin werkte lange dagen . De behuizing
    de winkel voor daaglijkse boodschappen waren in eigendom van de
    Fabrikant . Er werd veel op de lat gekocht , en afgerekend aan het
    einde van het jaar , veelal met schuld het komende jaar tegemoet
    zodat binding aan de steenplaatsbaas onlosmakelijk was .

Geef een reactie