Oorsprong Duivekater een mysterie?

Is de oorsprong van de Duivekater echt een mysterie? Een beetje wel, want er zijn vele verklaringen voor het ontstaan van dit ruitvormige brood. 

Duivekater heidens gebruik?

Heel lang geleden offerde men nog dieren om bijvoorbeeld de goden ‘gunstig te stemmen’. Later gebruikte men eigenlijk alleen nog maar een ledemaat van het dier (meestal het scheenbeen). Waarschijnlijk zijn daar de duivekaters voor in de plaats gekomen. De duivekater heeft namelijk de vorm van een langgerekte ruit met aan het einde twee ‘knoken’.

Of toch de Fransen?

Het zou ook een verbastering kunnen zijn van ‘deux fois quatre’ (uitgesproken als deufwakatr, ‘twee maal vier’ in het Frans). De duivekater woog namelijk twee keer zoveel als een gewoon brood van vier duiten.

Oh, het is gewoon een geschenk met Kerst

In het eerste woordenboek der Nederlandse taal (1599) wordt de ‘duyvenkater’ omschreven als: ene soort van koek, die tot Nieuwjaarsgift gegeven wordt, een koek die op Christus geboortefeest gegeven wordt…

Wat is een duivekater?

Een duivekater is een zoete cake-achtig witbrood, wat in Nederland vooral in de gebieden boven Amsterdam werd gegeten. Tijdens het bakken gebruikte iedere bakker zijn eigen ‘geheime’ ingrediënt om het net even lekkerder te maken. De basis bestaat uit: bloem, suiker, ei, roomboter, gist, zout en citroenschil. Het brood moest werkelijk urenlang rijzen. Eenmaal in de oven mocht het er pas uit, zodra de korst een prachtige goudbruine kleur had en glom als een spiegeltje.

Duivekater klaar, beginnen maar

Niks hoor! De duivekater moest eerst een dag of vijf ‘rijpen’ voordat men het ging aansnijden. Het werd voornamelijk gebakken met Sinterklaas, tijdens de Kerstdagen en rond Pasen. Een echt feestbrood dus. Iedere bakker had zo zijn eigen patroon. Een bloempatroon, een ruitpatroon of de bekende Jan Steen-snede (bekend van het populaire schilderij van de gelijknamige schilder uit de 17e eeuw).

Foto
Nationaal Archief

 

Geef een reactie